Het belastingdoolhof voor de assurantietussenpersoon


In het nabije verleden was het niet meer dan normaal dat een consument niets aan de assurantietussenpersoon of financieel adviseur betaalde maar dat deze provisie ontving van de verzekeraar die onttrokken werd aan de betaalde premies.

Sinds de woekerpolisaffaire gaan er steeds meer stemmen op om deze tussenpersonen rechtstreeks door de klant te laten betalen voor zijn diensten hetgeen in nagenoeg alle branches de normaalste zaak van de wereld is.

Omdat een assurantietussenpersoon en financieel adviseur aan flink wat eisen op het gebied van opleidingen, vaardigheden en organisatie moeten voldoen hangt er echter een aardig prijskaartje aan uren van deze dientverleners. Dit is dan ook de reden dat een aantal kantoren zich aan het orienteren is op de mogelijkheden van service abonnementen.


In mijn vorige blog heb ik het al gehad over het onbegrijpelijke standpunt van DNB dat indien ook werkzaamheden bij onzekere vooprvallen onder het abonnement zouden vallen de advisuer zich als verzekeraar zou gedragen en dus ook aan de daarbij behorende eisen zou moeten voldoen.

Een andere reden die een hoop adviseurs tegenhoudt is de belastingproblemathiek rond de dienstverlening.

Voordat ik verder kan gaan zal ik dit even kort samenvatten.

Wanneer een adviseur uitsluitend adviseert zonder de intentie bij een (verzekerings-)product te bemiddelen vallen de diensten onder de 19% BTW.
Wanneer echter de klant naar aanleiding van het advies alsnog besluit een of meerdere verzekeringen bij de adviseur onder te brengen is het advies vrijgesteld van BTW en is de assurantiebelasting van toepassing.

Wanneer de adviseur vooraf weet dat de klant een of meer verzekeringen bij hem wil onderbrengen is in ieder geval de assurantiebelasting van toepassing.
Voor schadeverzekeringen  geldt dan een tarief van 7,5% (van de betaalde premie bij het provisiesysteem). Leven, zorg en inkomensverzekering zijn vervolgens weer vrijgesteld.

Op zich geen probleem wanneer een klant ieder uurtje los moet afrekenen.
Bij abonnementen is dit echter een geheel ander verhaal. Vooraf valt over het algemeen niet in te schatten voor welke producten de klant de adviseur zal inschakelen.

De adviseur zal nu naar eer en geweten moeten proberen in te schatten welke belasting op de in de toekomst te verrichten werkzaamheden van toepassing zal zijn. Dit houdt vrijwel altijd in dat hij de aangifte omzetbelasting en assurantiebelasting achteraf dient te corrigeren.

Daar komt nog eens bij dat ook de terug te vorderen BTW afhankelijk is van de verhouding BTW plichtige omzet ten opzichte van de totale omzet. De adviseur doet er dus handig aan in eerste instantie niet te veel betaalde omzetbelasting terug te vorderen.  Dit terwijl een horeca ondernemer die te maken heeft met BTW hoog tarief en BTW laag tarief wel gewoon alle betaalde BTW mag terugvorderen ongeacht de omzetverdeling.

Ongetwijfeld zijn er in het verleden goede redenen geweest om onderscheid te maken tussen deze verschillende belastingen en de daarbij behorende vrijstellingen. Voor de adviseur zou het echter prettiger en duidelijker zijn wanneer alle werkzaamheden onder aan vast tarief voor de omzetbelasting of assurantiebelasting zouden vallen.

Misschien iets voor het nieuwe kabinet om over na te denken.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Belasting_in_Nederland

http://nl.wikipedia.org/wiki/Assurantiebelasting

http://nl.wikipedia.org/wiki/Omzetbelasting

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zakelijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s